Men neme… een liniaal van één meter, een liniaal van een halve meter (met millimeterverdeling), een grote vierkante wasdoek of vel papier met centimeterverdeling, een bankje met afmetingen 40 cm hoog – 30 cm lang – 20 cm breed, een soortgelijk bankje, maar dan aan de voet breder dan boven, een 1,10 meter hoge bank of schraag met een stevige knop of handvat, een houten kap bestaande uit twee vierkante plankjes, bevestigd met een scharnier en een plank in de vorm van een kwartcirkel, zodanig bevestigd dat de twee plankjes een rechte hoek maken, een passer met een cirkelboog, een groot en klein model schuifmaat en een maatstok. En voilà, u heeft uw eigen antropometrische set thuis.

In de negentiende eeuw kreeg men steeds meer oog voor de individuele lichaamskenmerken van mensen en de mogelijkheid van het meten en analyseren daarvan. Dit wordt de antropometrie genoemd. Bij het opsporen van criminelen bleek deze methode ook goed van pas te komen. De naam die we hierbij vaak tegenkomen is die van Alphonse Bertillon.  Deze Franse politieofficier maakte eind negentiende eeuw op basis van de antropometrische methode een eigen systeem om misdadigers te identificeren. Niet alleen werden de lichaamsafmetingen gemeten, ook werden andere lichaamskenmerken genoteerd, zoals bijvoorbeeld de kleur van de ogen, het haar en de huid, tatoeages en littekens. Tot slot werden foto’s genomen van de verdachte, van voren en opzij gezien. Deze identificatiemethode kreeg uiteindelijk overal in Europa navolging. In de twintigste eeuw verdween de Bertillonnage weer uit beeld door de komst van andere opsporingsmethoden.  

In de collectie van het Gevangenismuseum zijn nog veel objecten te vinden, die te maken hebben met Bertillons meetmethode. Hoofdpassers, bankjes, schuifmaten en signalementskaarten en –foto’s. Eén signalementsfoto (om precies te zijn een glasnegatief) van een gedetineerde uit vermoedelijk de Blokhuispoort te Leeuwarden vind ik daarbij zeer intrigerend. We zien een man in een uniform met een grote tatoeage op zijn borst van een persoon geflankeerd door twee tijgerkoppen. Een medewerker van het Nationaal Militair Museum wist mij te vertellen dat de gedetineerde een attila van de genie van de KNIL (Koninklijk Nederlands Indisch Leger) van rond de jaarwisseling draagt. Dit is te zien aan de sappeurshelm op de knopen. De tijgerkoppen zouden Sumatraanse tijgers kunnen zijn.  Wie de persoon op de foto is, weten we niet, en wie de persoon op de borst is, al helemaal niet. Wie zou hij toch zijn? En hoe is hij in de Blokhuispoort beland? Met de aanknopingspunten die ik heb, hoop ik het antwoord nog eens te vinden. Ik houd u op de hoogte!

Alina Dijk, Conservator Collectie en Kennismanagement

 

Contactgegevens

Adres

Oude Gracht 1
9341 AA Veenhuizen

RSIN Nummer: 800.649.953

www.gevangenismuseum.nl

Telefoon

0592 - 388264

Stuur een e-mail