Uit: DE OPSTEKER, begin 2010

1924-1941, RIJWIELBELASTING
Belasting op rijwielen werd ingevoerd in 1924 toen Dr. H. Colijn minister van financiën was. Tot 1928 kostte het fietsplaatje F 3,- daarna F2.50 per jaar. Tot die tijd stond er één jaartal op. In 1929 moest men per 1 augustus het plaatje wisselen. Voorheen moest dat per 1 januari. Nu werd het 1929-1930 enz.
De plaatjes waren van koper. Slechts één (1925) was van aluminium. Door de slechte kwaliteit voldeed deze niet.
De mensen die het plaatje niet konden betalen (werkelozen en armen) kregen het gratis.

Er werd dan een gat in geponst zodat je steeds een soort brandmerk van armoede bij je droeg. De fiets mocht dan alleen op werkdagen gebruikt worden (maandag t/m zaterdag) En op zondag niet naar de kerk. Kinderen beneden 15 jaar waren vrijgesteld.
Het gebruik van het fietsplaatje is tot het einde (1941) steeds een probleem geweest. Als men zich op de openbare weg bevond moest het plaatje zichtbaar gedragen worden en de politie had toen nog tijd om dat te controleren.

In de Tweede Wereldoorlog, in 1941, werd het plaatje afgeschaft tot vreugde van iedereen. De N.S.B. (Nationale Socialistische Beweging) ging er prat op dat zij er voor gezorgd hadden, maar dat was een misverstand. De serie 1941-1942 was al gereed maar door de Duitsers in beslag genomen. Die hadden wel een andere bestemming voor het koper. Er is slechts één van deze serie bewaard gebleven en deze is te zien in het “Belastingmuseum” in Rotterdam.

Als je een kosteloos rijwielplaatje had, mocht de eigenaar daar alleen gebruik van maken. Op zon en feestdagen mocht er geen gebruik van de fiets worden gemaakt.
Kosteloos plaatje met een gat:

Je was verplicht een begeleidend schrijven bij je te dragen, zoals hiernaast:

 

Contactgegevens

Adres

Oude Gracht 1
9341 AA Veenhuizen

RSIN Nummer: 800.649.953

www.gevangenismuseum.nl

Telefoon

0592 - 388264

Stuur een e-mail