In de bibliotheek is te vinden A2336:

‘VEENHUIZEN, tijdens de Tweede Wereldoorlog’
Samengesteld door de werkgroep Veenhuizen W.O.II ten behoeve van het Museum Veenhuizen:
O.Nanninga (R.Faber), voorzitter, H.Merkus (H.Meijer), secretaris, J.Talens, lid, G. de Wilde.

-Veenhuizen bij het uitbreken van de oorlog.
‘Op 10 mei 1940 breekt de oorlog met Duitsland uit. Nog dezelfde dag wordt Noord-Nederland bezet. Ook door de legerleiding was dat niet zo snel verwacht. Het feit dat het Hoofdkwartier van de Noord-Nederlandse strijdkrachten in Leeuwarden een vooruitgeschoven commandopost in Norg had ingericht, wijst hierop.
Waarschijnlijk heeft men gedacht een eventuele opmars van de Duitsers te kunnen vertragen. Echter reeds om tien uur ’s morgens van dezelfde dag was aan de troepen in Noord-Nederland de opdracht verstrekt zich terug te trekken op de Afsluitdijk omdat de Duitse overmacht te groot was. Het was triest en ontmoedigend vele Nederlandse militairen door Veenhuizen te zien terugtrekken, op weg naar de Afsluitdijk.
Slechts enkele uren later trokken Duitse groepen door Veenhuizen. Dat gaf nogal enige verwarring.
Dit was vooral omdat de brigade Marechaussee, belast met bewakingsdiensten buiten de gestichten Veenhuizen I en II, zich op last van Defensie, waaronder ze vielen, op Amsterdam moest terugtrekken. Dit gebeurde overeenkomstig een reeds eerder gegeven opdracht, die trouwens gold voor alle marechaussee­brigades in het Noorden.’

-Maatregelen van de Directie in Veenhuizen.
‘Het zal voor de directie van de gestichten een moeilijke situatie zijn geweest. Nergens waren voorschriften te vinden wat zij moesten doen bij het uitbreken van de oorlog. Wel bestonden uiterst geheime voorschriften, geldend voor alle ambtenaren in Nederland. Deze regels waren echter alleen bekend bij afdelingshoofden op de Ministeries.
Het is niet bekend of de Hoofd-directeur daar weet van heeft gehad. Die algemene voorschriften werden trouwens al heel snel vanuit Londen buiten werking gesteld.
Na het vertrek van de marechaussee werd de bewaking buiten de gestichten overgenomen door de ambtenaren van de beide inrichtingen. Men was op deze taak enigszins voorbereid door het volgen van enkele schietoefeningen. Het is niet bekend of deze oefeningen in opdracht van Den Haag of op initiatief van de Directie van Veenhuizen werden gehouden.
Van veel betekenis zijn de oefeningen niet geweest, want nadien wisten velen nog moeilijk raad met hun schiettuig.’..

Het boekwerk bevat verder uit de hoofdstukken:
-De eerste oorlogsjaren in Veenhuizen.
– Het leven in en om de gestichten.
..’Om een beeld te geven van de samenstelling van de gestichtsbe­volking volgt hieronder een momentopname van 31 maart 1942. Op die dag waren aanwezig:
665 bedelaars en landlopers
27 dronkaards
29 souteneurs
95 zogenaamde openluchtgevangenen
1042 zogenaamde achterstands-gevangenen en
7 gehechten.
Totaal derhalve 1865 man’..

-Uitingen van beginnend verzet.
..’Zo klonk tijdens de uitvoering van de plaatselijke zangvereniging plotseling in de stampvolle zaal van het Verenigingsgebouw een uit volle borst gezongen Italiaans liedje, echter met verboden tekst:

“O, arme schildersjongen, wat ben je toch begonnen,
want met al je mitrailleurs en bommen, kun je lekker niet in Eng’land kommen”.’

-De latere oorlogsjaren.
-Verzetsactiviteiten.
..’Als in Veenhuizen een dropping werd verwacht, verbleven de K.P.’ers meestal in de R.K. pastorie. Van daaruit gingen ze via het bruggetje over de Hoofdvaart naar het afwerpterrein.’..

-Arrestaties en slachtoffers.
Op 12 december worden Js. Assies en E. Paapst, die onder meer piloten hadden verborgen, gearresteerd. Op 13 december wemelt het van Duitsers en landverraders. Gearresteerd worden Egberts, Woering en Meijering. De bij Woering en Meijering ondergedoken geallieerde piloten en onderduikers werden bij de huiszoeking niet in hun verborgen schuilplaatsen – met behulp van een gedetineerde gebouwd – ontdekt. Zij weten, evenals een paar K.P.’ers te ontkomen.
Op 15 en 16 december volgt de arrestatie van de in totaal 10 gestichtswachters, die als opvangploeg bij de geslaagde dropping hadden geholpen. Op 18 december werden de twee gebroeders Assiei die aan de Zesde Wijk woonden, gearresteerd. De daar ondergedoken geallieerde piloten waren inmiddels naar elders vertrokken.
Alle mannen, die hiervoor zijn genoemd, kwamen in het concentratiekamp Neuengamme om het leven, evenals Welleman, die in januari 1945 werd gearresteerd. Hij was één der ondergedoken directeuren van Veenhuizen.
De namen van de gestichtswachters en overige omgekomenen zijn in het verzetsmonument ingemetseld in een koker met de namen van onderstaande personen, die zijn omgekomen bij de Duitse bezettiij afkomstig uit Veenhuizen. (12)

Bij bombardementen omgekomen:
-Johannes van der Velde en Henk Meyering.
Gefusilleerd in Trimunt:
-Berend Assies.
Wegens hulp aan parachutisten gefusilleerd:
-Max Assies.
In Concentratiekamp Neuengamme omgekomen:
-Directeur J. Welleman, Werkmeester/boer G. Meijering, Werkmeester/boer K. Woering, Werkmeester/boer J. Assies, boer Harm Assies, boer Jan Assies, winkelhouder/kruidenier Emo Paapst, Brigadier Hendrik Egberts, Gestichtswachter Hendrik Bethlehem en onderduiker Gerrit de Groot zijn opgepakt en nimmer teruggekeerd.
Op de terugreis vanuit Duitsland is, ten gevolge van doorgestane ontberingen nog overleden:
-Jan Kroes.
Eveneens in het concentratiekamp Neuengamme zijn omgekomen de volgende 10 gestichtswachters:
-Krijn Adranus Jan Bouwman,
-Johannes Theodorus van Diesen,
-Onno Dijkstra,
-Jan Johan de Groot
-Berend Okken,
-Marinus van Oeveren,
-Klaas Rodenhuis,
-Engelke Rops,
-Pieter Wamt je Tuin
-Marten Veldhuisen. (12,13)

Veenhuizen heeft, e.e.a. afgezet tegenover de aanwezige “burger”bevolking in Veenhuizen, een hoge tol betaald. Anderzijds kan ook worden gesteld, – het werd reeds eerder vermeld – dat op het terrein van de voedselvoorziening, verwarming, verlichting e.d. men zich in Veenhuizen in een bevoorrechte situatie heeft bevonden.
Of, zoals één der geintervieuwde oud Veenhuizenaren opmerkte, er zou ongeveer tot het voorjaar van 1943 weinig van een bezetting in het immer gezagsgetrouwe Veenhuizen te bemerken zijn geweest. Men kon er nogal wat zeggen en had weinig of geen last van de enkele “verkeerde”. De kolonie was als het ware een kleine enclave in het bezette Nederland, zoals ze trouwens voorheen ook een Hollandse enclave in het Drentsche land was. In het voorafgaande bleek reeds de veranderde situatie na mei 1943, ook in Veenhuizen. Die verandering kwam aldaar wellicht harder aan dan elders. Men kon zich achteraf afvragen of de oorspronkelijk uitzonderlijke positie mede van invloed is geweest op latere gebeurtenissen.

-De maanden voorafgaande aan de bevrijding.
..’Tot gevechten is het op het terrein van de toenmalige rijkswerkinrichtingen gelukkig niet gekomen.
Het beeld, dat volgde op de 13 april 1945 en de dagen daarna is het beeld, dat in zovele andere dorpen en steden werd aangetroffen: met oranje getooide kinderen, door B.S.’ers gevankelijk in dit geval naar het Cellengebouw afgevoerde handlangers van de bezetters, een enkele geallieerde militair, wachtlopende B.S.’ers etc. Maar ook de droevenis in vele gezinnen om diegene, die niet meer terug zouden komen, deed haar invloed gelden op de weken die daarop volgen. Het was mede in dat verband een goede gedachte van het in 1944 gevormde “illegaal oranjecomite”, om pas 8 mei 1945 in de grote zaal van het aloude Verenigingsgebouw een historische bijeenkomst te laten plaatsvinden.
“Een stijlvolle manifestatie, waarin uiting werd gegeven aan onze gevoelens van eerbied/hulde en dankbaarheid”, zo beschreef de toenmalige notulist deze gebeurtenis, over het plaatsvinden waarvan nog een exemplaar van de kennisgeving aan de bewoners in het museum is. (16)
Aan het eind van dit overzicht nog een kleine slotopmerking. Het is gebleken, dat het een moeilijke opgave is om zoveel jaren na de jaren ’40 – ’45 een volledig relaas te geven van Veenhuizen gedurende die periode. Vele gebeurtenissen uit die tijd worden op verschillende wijze uitgelegd. Wellicht kunnen in de toekomst aanvullingen worden aangebracht, zodat een nog meer waarheidsgetrouw beeld van Veenhuizen tijdens de tweede wereldoorlog kan worden opgebouwd.’

Verwijslijst, behorende bij overzicht: “Veenhuizen tijdens W.0. II van 1940 – 1945”,
bestaande uit 16 bronnen/ verwijzingen.

Collectie bibliotheek: A2336

Contactgegevens

Adres

Oude Gracht 1
9341 AA Veenhuizen

RSIN Nummer: 800.649.953

www.gevangenismuseum.nl

Telefoon

0592 - 388264

Stuur een e-mail