Op 28 januari 1903 komt een einde aan het bestaan van de Leidse verpleegde Gerrit Lut. Die dag overlijdt hij om 9:30 uur op 78-jarige leeftijd in het hospitaal van Veenhuizen, waar op dat moment de later bekende dr. Synco van Mesdag het scepter zwaait. De laatste 18 jaar van zijn leven heeft hij veelal in de Rijkswerkinrichtingen van Ommerschans en Veenhuizen doorgebracht. Hij wordt diverse malen veroordeeld voor bedelarij of landloperij. Het lukt hem niet zich aan de armoede te ontworstelen en keer op keer staat hij weer bij de rechter. Hij is niet de enige. Alleen al in Veenhuizen zitten rond 1900 zo’n 4000 mannen voor hetzelfde vergrijp vast.

Bijna 115 jaar later is een tv-ploeg in Veenhuizen. Ze zijn van het programma “Verborgen Verleden”. Samen met hen is de bekende astronaut André Kuipers. Ze zitten op het terras van hotel-restaurant Bitter & Zoet. Kuipers is, zo ontdekt hij, de nazaat van deze Gerrit Lut. Hij is om precies te zijn de achter-achterkleinzoon van Lut. Hoe groot kan het verschil in leven zijn tussen deze twee mannen? De één is zeer geslaagd in het leven, de ander wordt gezien als het uitschot. Namens het museum heb ik aan de redactie van “Verborgen Verleden” materiaal en informatie geleverd over Gerrit Lut. In een uitzending is er uiteraard maar beperkt tijd en ruimte en kan niet alles getoond worden. Op de wiki kunnen we gelukkig wel wat dieper in gaan op het leven van Lut.

Gerrit Lut wordt op 21 april 1824 geboren aan de Choorsteeg 477 te Leiden als zoon van Jan Lut en Sara Albert. Hij is schoenmaker van beroep en van 1843 tot en met 1849 zit hij in militaire dienst. Na zijn militaire dienst, trouwt hij op 6 mei 1850 met de werkster Lena Remmeling (1822 – 1877). Ze krijgen 6 kinderen. Bij het overlijden van Lena woont het stel aan de Molensteeg in Leiden. Gerrit is na Lena’s overlijden aan lager wal geraakt. Hij wordt vanaf 1884 maar liefst acht maal veroordeeld voor landloperij of bedelen. Omdat de bedelaars en landlopers eerder werden gezien als zieken in plaats van misdadigers worden zij, in plaats van gevangenen, “verpleegden” genoemd.

Luiheid wordt in die tijd gezien als de grootste kwaal van de verpleegden. Het idee achter de Rijkswerkinrichting is dat door het bieden van structuur en werk de bedelaars en landlopers heropgevoed worden tot nuttige leden van de maatschappij en genezen worden van hun luiheid. Dit ideaal blijkt in de praktijk moeilijk haalbaar: velen komen terug naar Veenhuizen. Sommigen zijn zelfs zo gehospitaliseerd, dat zij niet meer zelfstandig kunnen functioneren in de maatschappij.

Mensen, die naar Veenhuizen gestuurd waren, worden na hun veroordeling naar Assen gebracht. Daar gaan ze met de trekschuit van schipper Tobi naar Veenhuizen. Deze schipper woont in Veenhuizen en is verantwoordelijk voor het transport van de verpleegden. Daarnaast dient hij als een soort bezorgdienst voor de inwoners van Veenhuizen en neemt hij voor hen levensmiddelen en goederen uit Assen mee.

Na aankomst in Veenhuizen, worden de verpleegden ingeschreven en krijgen zij de kleding die zij tijdens hun verblijf moesten dragen. De kleding bestaat uit een bruine broek en een bruine jas met groene kraag. De verpleegden heten dan ook al snel “groenkragen”.

Bij Luts vijfde veroordeling in 1896, is, historisch gezien, iets bijzonders gebeurd. Als hij op 21 augustus 1896 wordt hij ingeschreven in de RWI Veenhuizen I, wordt van hem een signalementskaart met foto gemaakt. In die tijd legde toen alle uiterlijkheden van de verpleegden vast en van de verpleegden werd een foto van voren en opzij genomen. Vaak zijn het de enige foto’s die van de persoon bestaan. Omdat deze signalementsfoto’s gemaakt worden op een glasnegatief, zijn de afdrukken haarscherp.

In Veenhuizen moeten verpleegden dus aan het werk. Het werk begint ’s morgens op zijn vroegst om 7 uur (afhankelijk van het jaargetijde) en duurt tot twaalf uur. ’s Middags wordt van half twee tot uiterlijk half zes gewerkt. De verpleegden moeten voor het donker binnen zijn. Onder leiding van de ambtenaren werken de gedetineerden bij het Land- en Bosbouwbedrijf, het Fabriekswezen, de Huisdienst of de Rijksgebouwendienst. De eerste twee instellingen produceren goederen voor de rijksinstellingen. Gezien de leeftijd van Lut en het aantal veroordelingen, wekt hij waarschijnlijk bij de Huisdienst. De huisdienst levert opzichters voor de zalen, aardappelschillers, keukenknechten, slagers, bakkers, bureel- en medicijnlopers, sjouwers, (turf-)kruiers, doodgravers, etcetera.

De verpleegden eten, slapen en leven in dezelfde ruimte. Er wonen 80 mensen op een zaal, hun hangmatten hangen boven de tafels en worden ’s avonds neergelaten. De ruimte wordt verwarmd door een kachel en per zaal zijn er twee poeptonnen die dienen als toilet. Rond 1900 worden de nieuwe gestichten gebouwd (tegenwoordig bekend onder de naam “Esserheem” en “Norgerhaven”) en worden ook de slaap- en leefruimten veranderd. De slaapkooien worden geïntroduceerd en de eet- en leefruimte wordt gescheiden van de slaapruimte. Of Gerrit nog in zo’n slaapkooi heeft geslapen durf ik niet met zekerheid te zeggen.

Alina Dijk, Conservator Collectie 

Contactgegevens

Adres

Oude Gracht 1
9341 AA Veenhuizen

RSIN Nummer: 800.649.953

www.gevangenismuseum.nl

Telefoon

0592 - 388264

Stuur een e-mail