Werkzaamheden van de Reclasseerings-Raad
 
Verpleegden, die hun eerste opzendingsstraf ondergaan, jonger zijn dan 50 jaar en voor minstens 6 maanden naar Veenhuizen opgezonden zijn, worden door den Reclasseerings-Raad behandeld. Zij worden allereerst zoogenaamd in “kaart gebracht” dat wil zeggen, op daarvoor bestemde formulieren worden de voor hunne beoordeeling meest belangrijke gegevens verzameld. Deze in kaart gebrachte verpleegden komen in aanmerking om door bemiddeling van den R.R. na ontslag uit de RW.I. geholpen te worden. Reeds aanstonds valt een zeker aantal af dat geen hulp bij ontslag wenscht. Van de overblijvende komt een gedeelte naar ’t oordeel van den R.R. niet in aanmerking op grond van vroegere ervaringen, waarna ’t gedeelte overblijft waarmee de R.R. zich zal bemoeien en waarvoor werk, hulp of steun gezocht zal worden.

Theoretisch kunnen alle verpleegden – mits hun opzendingstermijn langer dan 9 maanden is – voor voorwaardelijke invrijheidstelling in aanmerking komen. Het initiatief hiertoe moet van den verpleegde zelf uilgaan. De R.R. brengt over ieder geval advies uit. Er worden ieder jaar slechts een klein aantal V.I.-gevallen van verpleegden door den R.R. behandeld.
Voor de openlucht-gevangenen is dit geheel anders; – de gevangenen der hulpstraf-gevangenis hebben geen straffen langer dan 6 maanden te ondergaan en komen niet voor V.I. in aanmerking -. De directie zorgt dat alle openlucht-gevangenen, die een werkelijke gevangenis-straf van meer dan 9 maanden hebben te ondergaan, in behandeling worden genomen voor V.I.. Zij zorgt voor de completeering van ’t persoons-dossier en zendt dit dan aan den reclasseerings-ambtenaar, die zich met de gedetineerden in verbinding stelt en tracht deze zoo goed mogelijk te leeren kennen en verder alle inlichtingen inwint, welke voor een goede beoordeeling van ’t geval noodig zijn. Vervolgens stelt hij een rapport op; is dit gunstig, dan tracht hij meteen een volledig reclasseenngsplan op te stellen en een instelling te vinden welke bereid is het toezicht op zich te nemen. Met de bereidverklaring van den man, dat hij zich aan dat toezicht zal onderwerpen, komt ’t geheele dossier bij den R.R. die er zijn advies – gunstig of ongunstig voor V.I. – er bij voegt. De hoofd­directeur geeft als laatste zijn advies en zendt de stukken naar ’t Departement van Justitie waar de Minister eene beslissing neemt.

Hieronder is eene tabel opgenomen, welke een overzicht geeft over de jaren 1922 – 1936 van het aantal gevallen waarin door bemiddeling van den R.R. hulp verleend werd aan verpleegden bij ontslag; hoeveel adviezen omtrent voorwaardelijke invrijheidstelling door den Raad jaarlijks werden uitgebracht en hoe die adviezen luidden – zoowel voor verpleegden als openlucht-gevangenen en hoeveel verpleegden en openlucht-gevangenen ieder jaar door den Minister voorwaardelijk in vrijheid zijn gesteld.
Voor de openlucht-gevangenen is dit geheel anders; – de gevangenen der hulpstraf-gevangenis hebben geen straffen langer dan 6 maanden te ondergaan en komen niet voor V.I. in aanmerking -. De directie zorgt dat alle openlucht-gevangenen, die een werkelijke gevangenis-straf van meer dan 9 maanden hebben te ondergaan, in behandeling worden genomen voor V.I.. Zij zorgt voor de completeering van ’t persoons-dossier en zendt dit dan aan den reclasseerings-ambtenaar, die zich met de gedetineerden in verbinding stelt en tracht deze zoo goed mogelijk te leeren kennen en verder alle inlichtingen inwint, welke voor een goede beoordeeling van ’t geval noodig zijn. Vervolgens stelt hij een rapport op; is dit gunstig, dan tracht hij meteen een volledig reclasseeringsplan op te stellen en een instelling te vinden welke bereid is het toezicht op zich te nemen. Met de bereidverklaring van den man, dat hij zich aan dat toezicht zal onderwerpen, komt ’t geheele dossier bij den R.R. die er zijn advies – gunstig of ongunstig voor V.I. – er bij voegt. De hoofd­directeur geeft als laatste zijn advies en zendt de stukken naar ’t Departement van Justitie waar de Minister eene beslissing neemt.

1 = in kaart gebrachte verpleegden; 2 = daarvan wenschten geen hulp bij ontslag; 3 = werden voor ’t verlenen van hulp afgewezen op grond van vroegere ervaringen; 4 = werden aan werk geholpen of verder geholpen door eene reclasseering-vereeniging; 5 = advies omtrent V.I. werd door den Reclasseerings-Raad uitgebracht over…….. gevallen; 6 = advies luidde ongunstig; 7 = luidde gunstig; 8 = V.I. werd verleend aan;

    Gem. Ontslag V.I. Gem. V.I.
Jaar sterkte 1 2 3 4 5 6 7 8 sterkte 5 6 7 8
1922 1345 206 151 55 18 4 14 11 102 29 3 25 12
1923 1352 308 220   88 24 10 14 9 93 20 10 10 6
1924 1335 290 255   35 16 3 13 13 90 52 28 24 26
1925 1321 306 195 68 43 15 15 12 74 43 20 23 22
1926 1317 191 65 93 33 16 16 13 65 32 15 17 19
1927 1434 168 52 109 7 13 3 10 9 70 33 16 17 22
1928 1418 165 83 76 6 18 6 12 13 64 33 15 18 18
1929 1285 118 64 49 5 23 15 8 9 63 38 25 13 10
1930 1206 126 50 75 1 21 14 7 7 71 37 28 9 6
1931 1273 157 108 48 1 13 6 7 3 78 41 27 14 12
1932 1283 116 85 6 25 20 15 5 6 77 54 29 25 22
1933 1206 99 55 9 35 18 11 7 6 72 37 21 16 19
1934 1155 69 45 6 18 6 4 2 2 102 51 28 23 24
1935 1186 48 39 1 8 3 3 1 115 72 45 27 29
1936 1199 59 40 3 16 1 1 1 115 71 41 30 22

Collectie bibliotheek: A2611 (1936, uit verschillende bronnen samengesteld, zie inleiding boekwerk)
*

.

.

 

Contactgegevens

Adres

Oude Gracht 1
9341 AA Veenhuizen

RSIN Nummer: 800.649.953

www.gevangenismuseum.nl

Telefoon

0592 - 388264

Stuur een e-mail