Herinneringen van Hennie Appel:

Nadat vader had gezegd “We gaan verhuizen”, zal er best een drukke tijd zijn aangebroken, maar ook dat weet ik niet meer zo goed. We zullen nu er drie kinderen waren wel weer naar Wijster gegaan zijn bij mijn opa en oma, want toen we weer bij pap en mam kwamen hadden we een huis aan de Meidoornlaan 92.

Het was een blok van twee huizen en onze naaste buren was de familie Schaaf. Hij was de bakker en dus was het grappig dat de molenaar er naast kwam wonen. Aan de andere kant was het de familie Kamp, tegenover ons woonden Knijpstra en Betten en schuin tegenover ons de familie Beuving. Verder in de straat weet ik nog de familie Scheepstra en Hoek, de laatste was kok op Esserheem. Ineens had ik veel vriendjes en vriendinnen. 

Het huis wat ik me kan herinneren was erg mooi en groot. Als je de achterdeur in kwam had je een grote open kast daar kon moeder de pannen inzetten. Buiten bij de achterdeur stond een melkbus waar de watermannen elke morgen water in gooiden. En in de straat was een waterpomp, ik denk dat de vrouwen daar water uithaalden voor de was. Dan kwam je in de keuken en er was een klein achterkamertje en een grote voorkamer met een bedstee erin. Aan de voorkant een klein halletje en nog een klein slaapkamertje met bedstee. Vanaf wat ik me kan herinneren ging er uit de hal bij de achterdeur een uitschuiftrap naar de zolder met een luik er voor. Op die zolder moest ik slapen met mijn broertje Henk.

Wat ik nog heel goed weet en eigenlijk nog voor me zie op een balk stond een fles levertraan en daar moesten we elke avond een lepel van slikken, vreselijk was dat zo vies en daarna kregen we een lepeltje suiker. Ach tanden poetsen deden we niet. Misschien was er wel geen tandenborstel te koop, Het was in de zomer van 1946.

Dan moeten we op een dag naar de kleuterschool, we waren allemaal denk ik zo rond de vijf zes jaar en er was een ruimte voor ons ingeruimd achter de kegelbaan van het verenigingsgebouw. Onze kleuterjuf werd Dien Hendriks, de dochter van de directeur van landbouw. We leerden liedjes zingen, matjes vlechten en heel veel wandelen aan de overkant in het bos. Veel materiaal zal er wel niet geweest zijn, maar ik weet dat het een fijne tijd was. Mijn broertje Henk moest ook mee en zo ook Gerard Kamp. Maar als we halverwege de Kerklaan waren, liepen die twee jongens keihard weer op huis aan en moesten we ze terug halen. Iets wat heel vervelend was.

Na de kleuterschool gingen we met elkaar naar de lagere school, die was in het gebouw waar nu het kookmuseum is, op de hoek Oude gracht, Generaal van de Boschweg. Hier ben ik twee jaar heen geweest en daar was onze juf – juf Geukes – en ze kwam uit Zeijen. Dan voor de derde en vierde klas naar de overkant. Het stenen gebouw is afgebroken. Daar kwam ik bij meneer Koolen in de klas een strenge meester, die je soms even goed aan je oren kon trekken. De vijfde en zesde klas was bij meneer van Veen. Een hele lieve meester, dat vond ik. Dat was in de groene barak die er nog steeds staat. Met gymnastiek gingen we achter de school op een veldje en in de winter gingen we op de zolder aan de Oude Gracht, waar nu de verhuurhuisjes zijn. Hier werd eerst ook het Sinterklaas feest gevierd, later in het verenigingsgebouw. 

We speelden veel buiten en we hadden een hele grote tuin achter het huis en bijna alle vaders hadden achter in de tuin tabaksplanten staan waar de bladeren van op schuurtjes lagen te drogen. Ook speelden we vaak op een grasveld bij het zwarte weggetje (stond en staat er nog) een noten boom kon je heerlijk in klimmen. 

Ook weet ik nog dat ik eens met de kinderen van Kamp en Annemie Hoek op een morgen mee mocht naar de Katholieke kerk ik denk dat het iets met Pasen te maken had.
De pastoor was de oude meneer Smits. De kerk vond ik prachtig met al die engelen aan het plafond en ook het hele gebeuren was mooi, maar dan moeten de kinderen bij de pastoor komen en kregen een snoepje en ik kreeg niets. Jankend ben ik thuis gekomen en heel veel later begreep ik pas dat het een ouwel was, het brood van God, maar als kind heb je daar geen idee over, ik ben dan ook nooit meer mee gegaan. Wij waren Nederlands Hervormd en gingen dus naar de koepelkerk. Eigenlijk ook heel apart om op zondag in een kerk te zitten met aan de ene kant de ambtenaren met vrouw en kinderen, aan de andere kant de gevangenen en voor iedere deur een Gestichtswachter.  Het orgel werd bespeeld in mijn jeugd door mevrouw Langenbach, de vrouw van de politie agent en soms mocht mijn vader er met zijn trompet bij mee spelen. Iets waar ik apetrots op was. Ik denk dat we een hele bijzondere jeugd gehad hebben.

Op zondagmiddag gingen we met een hele groep naar de zondagsschool die werd gehouden in het pannenkoekenhuisje. Onze juf daar was Roelie Beuving, we kregen iedere zondag een plaatje met een versje erop en dat moest je dan de zondag erop kennen en opzeggen. We liepen met de hele groep via het zwarte weggetje door het domineesbosje. Op een zondag vertelde ze het verhaal van Adam en Eva en de slang en dat we nooit in het domineesbosje op een grijs stokje moesten trappen dat kon wel een slang zijn. Ik heb al die jaren in dat bosje met mijn hoofd naar beneden gelopen.

Verder hadden we mooie schoolreisjes. Zo gingen we met meneer Koolen naar Uithuizen naar de Menkemaborg, was heel mooi. We zijn ook naar Rotterdam geweest met de trein en hebben door de Maastunnel gelopen. Ook Schiermonnikoog zijn we geweest, daar moesten we overstappen van de grote boot op een kleiner bootje omdat die grote boot niet in de haven kon, was ook heel spannend. En dan met twee klassen naar Paterswolde, met de boevenbus en chauffeur Hof ging mee. Dan was er nog de verloofde van meneer van Veen, tante Mella, was ook een lieve vrouw en ging mee op schoolreisjes. Maar omdat ze heel lang verloofd waren, las je overal waar de grote jeugd maar iets op kon schrijven, “here, dere, della, van Veen vrijt nog steeds met Mella”. Stond ook op de wachthuisjes van de bussen. Wie het geschreven heeft heb ik nooit geweten.

We hebben vier jaar in de Meidoornlaan gewoond en ik kan me alleen maar een hele fijne tijd herinneren, tot vader op een avond zegt, ik was tien jaar, “Kinderen we gaan verhuizen”. Hij had een bevordering gemaakt en daar was een groot huis bij. Volgende keer vertel ik over de Hoofdweg. Herinneringen: Wonen in ‘Maallust’..

 

Contactgegevens

Adres

Oude Gracht 1
9341 AA Veenhuizen

RSIN Nummer: 800.649.953

www.gevangenismuseum.nl

Telefoon

0592 - 388264

Stuur een e-mail