Ondanks voorzorgsmaatregelen, overlijden toch met regelmaat mensen in detentie door zelfdoding. Ook in 1928 was dit al een bekend probleem. In onze collectie bevindt zich nog deze brief van de toenmalige minister van Justitie, Jan Donner, hierover.

MINISTERIE VAN JUSTITIE, ’s Gravenhage, 12 mei 1928
Afd.3A
No. 800
Betreffende: zelfmoord

 

Aan de Colleges van Regenten over de gevangenissen.

 

Op grond van statische gegevens zou aangenomen moeten worden dat zelfmoord onder gedetineerden (niet recidivisten) het meest voorkomt in de eerste weken (eerste maand) van voor­arrest of straf, vooral bij personen in de leeftijd van 20-30 jaar en bij hen die zich door hun persoon en omstandigheden het verblijf in een strafgesticht als een grote schande aanrekenen. Ook schijnt de zondag meer dan andere dagen kans op zelfmoordpogingen te geven.

 

Al behoeft het geen betoog dat in het algemeen scherp toezicht behoort te worden uitgeoefend, ik meen toch op het bovenstaande Uw aandacht te moeten vestigen met het verzoek het personeel op te dragen met die gegevens bijzonder rekening te houden en speciaal te letten op de stemming, de uitlatingen en het gedrag van gedetineerden.
Het toezicht alleen te houden door het kijkgat zal niet altijd voldoende zijn: aan hoeken van de cel die niet zijn te overzien, zal eveneens aandacht zijn te geven.
Gelegenheid tot verwonding door scherpe voorwerpen behoort zoveel mogelijk te worden voorkomen; aan gedetineerden, waarvan men om een of andere reden vermoeden heeft tot zelfmoordneiging, zal metalen eetgerei moeten worden onthouden en arbeid opgedragen, waarbij geen scherpe voorwerpen benodigd zijn.

 

Levensmoeden behoren zoveel mogelijk in gelijkvloerse cellen of verblijfplaatsen te worden gehouden, om het springen van een hoge verdieping te voorkomen.
Voor het geval veelvuldiger of scherper toezicht nodig mocht blijken is het gewenst daarvoor zo mogelijk een of meer bepaalde bewaarders aan te wijzen, die ter zake meer dan anderen geschikt of ervaren kunnen worden geacht.

 

Mede meen ik er nog de aandacht op te moeten vestigen, dat de kleding van gedetineerden bij het binnenkomen en verder telkens wanneer daartoe aanleiding wordt gevonden zo nauwkeurig mogelijk behoort te worden onderzocht.

 

Ten slotte verzoek ik Uw College mij te willen mededelen, of het, ter voorkoming van zelfmoord, of pogingen daartoe, naar Uw mening nog nodig en mogelijk zou zijn om een, of enige cellen zodanig in te richten, dat geen strop boven op uitstekende punten als b.v.b. hoeken van een openvallend raam enz. kan blijven haken.

 

Mocht een dergelijke voorziening wenselijk blijken, dat stel ik mij voor om met mijn ambtgenoot van Financiën in overleg te treden om te doen nagaan of deze zonder al te grote kosten zou zijn tot stand te brengen.

 

De Minister van Justitie,
(get.) J. Donner

Collectie: A0615

Contactgegevens

Adres

Oude Gracht 1
9341 AA Veenhuizen

RSIN Nummer: 800.649.953

www.gevangenismuseum.nl

Telefoon

0592 - 388264

Stuur een e-mail